April | Oud en nieuw

Stuifmeelklompjes

“Kijk, ze hebben de broek aan!”, zegt de imker wanneer we behoedzaam op zijn bijenkasten toelopen. Hij wijst me op de felgekleurde stuifmeelklompjes aan de achterste pootjes van de bijen die voor onze ogen landen op de vliegplank bij de ingang van de kast. Stuifmeel is onmisbaar als voeding voor de snel groeiende bijenlarven. Hoe meer ‘broeken’ op de vliegplank, hoe sterker het bijenvolk groeit. Een goed teken.

De oude imker wijdt mij in de kunst van het bijenhouden in, met de overtuiging dat ik die ook weer zal overbrengen op volgende generaties. Hij leert me om in de eerste plaats te kijken en te luisteren naar de bijen. Voorovergebogen met zijn oor tegen de wand van de kast, zoekt hij met de vlakke hand de warmte van het broednest. Vervolgens kijken we samen aandachtig naar de af en aan vliegende bijen bij het vlieggat. Hij herhaalt dit bij de verschillende kasten en laat me dan weten hoe elk volk er aan toe is. Pas wanneer hij aan de buitenkant vaststelt dat er iets mis is maakt hij een enkele kast open. Dan laat hij me zien dat dit volk haar koningin mist, of dat een volk zo snel groeit dat het meer ruimte nodig heeft. In dat geval toont hij me ook het broednest met bijenlarven in verschillende stadia.

De imker legt me uit hoe de laatste winterbijen nu hun stuifmeel afgeven aan de nog maar pas geboren bijen die de larven van voeding voorzien. Hier groeit een nieuwe generatie bijen op, klaar om nieuwe raten uit te bouwen en honing te gaan halen. Honing voor alweer de volgende lichting bijen die het nog deze zomer van hen zal overnemen. Zo gaat oude kennis en ervaring over op een nieuwe generatie, zowel in het bijenvolk als bij de mens. Het leven is immers maar kort, toch is de kunst van het bijenhouden al eeuwen oud.

Verschenen in Paradijsvogels Magazine van april 2015, bewerking van Jonas, 1 april 1994.