December: plezierjacht

De jacht is een omstreden onderwerp. Mijn naïeve poging tot objectiviteit – door participerende journalistiek – is helaas toch uitgelegd als stellingname. Zo blijkt in de (twee) felle reacties van lezers. Deze column is verschenen in het Jonas decembernummer (thema “normen en waarden”) van 1994. 

Nu –  dertig jaar later – is de controverse alleen maar toegenomen: tegenover het pleidooi voor afschaffing van de plezierjacht (Partij voor de dieren) staat, dat voor ganzen, vossen, damherten, wilde zwijnen en intussen ook wolven steeds vaker ontheffing wordt verleend bij aantoonbare schade.

Uit de reacties:  “De argumenten die vanuit de jagerswereld komen om hun hobby goed te praten, zoals in de column gebeurt, zijn zonder uitzondering allang achterhaald.” M. Klemann (febr. 1995).

“Dat romantici als Pieter Geluk dwepen met de natuurliefde van plezierjagers, en erger nog, het nut van drijven en doden, Is ronduit hypocriet” K.Dijksterhuis (maart, 1995).

Ik speelde hierop in met mijn april-column van dat jaar “Verstoren”, over het rapen van kievitseieren, door af te sluiten met: “… Hier geldt hetzelfde als bij het bestrijden van muskusratten, vissen vangen, eendenkooien en de jacht. Het is niet aan mij  om een standpunt te bepalen, wel om verschillende gezichtspunten te laten zien. Niet om te verstoren, wel om standpunten in beweging te brengen.”

Verschenen in Jonas, december 1994