Eind oktober is de wintertijd weer ingegaan, en dat is even wennen. Toch bereiden dieren zich al langer voor op de wintertijd, terwijl mensen zich nauwelijks aanpassen aan deze sobere periode. Kan de natuur ons nog wat leren?
Laten we het maar toegeven: de zomer is allang voorbij. Toch laten we ons ieder jaar weer overvallen door de wintertijd. Een uurtje uitslapen is niet zo moeilijk, maar het is even schrikken als het ’s avonds opeens zo vroeg donker wordt.
De natuur bereidt zich echter al maandenlang voor op de naderende winter. De zwaluwen hebben niet gewacht tot het kouder wordt, daar kunnen ze wel tegen. Voor hen is hier simpelweg niet genoeg meer te eten. Die enkele mug die hier nu nog rondvliegt haalt het niet bij de malse sprinkhanen rond de Middellandse Zee. Ook spreeuwen en ganzen zijn allang op ‘wintersport’: zo’n grote vliegreis is blijkbaar de moeite waard. Daar moet een rijke voedselbron tegenover staan.
De meeste vleermuizen hebben dat er niet voor over, die bezuinigen liever op hun energieverbruik en gaan in winterslaap. Alleen doodgaan is nog zuiniger. Maar dat offer brengen alleen hun prooidieren: de insecten. Dat is waar de vleermuis een winterlang op moet teren.
Ook de blaadjes aan de bomen hebben niet gewacht tot de nachtvorst hen overvalt. De rijke vocht- en energievoorraad van het groene blad is tijdig opgeslagen in het hout en verzegeld met een kurklaagje onderaan de bladsteel. Zonder wonden achter te laten offert de boom haar bladeren: maandenlang is eraan gewerkt om niet met tak en al uit te drogen.
Wij mensen weigeren ons aan te passen aan de onvermijdelijke winter en voeren ons energieverbruik in deze tijd alleen maar verder op. Daarbij blijven we bij voorkeur eten alsof het volop zomer is. De natuur staat ons dat al heel lang toe: offerbereid als zij van nature is.
Verschenen in Paradijsvogels Magazine van november 2015.
