Het gedicht “Verwondering (Parabase)” voegt Goethe toe aan zijn verzamelde plant- en dierkundige studies: “Zur Morphologie” (1820). Daar presenteert hij het idee van de metamorfose als samenhang in de vormenrijkdom bij planten en dieren. Deze vertaling is opgenomen in de catalogus bij de tentoonstelling “Metamorfose, Goethe’s kijk op de natuur” (Groningen, 1982).
Met vreugde heb ik vele jaren
IJverig er naar gestreefd
Uit te vorsen, te ervaren
Hoe natuur – al wordend – leeft
Zie, hoe zich het eeuwig ene
In de veelheid openbaart:
Klein het grote, groot het kleine
Alles naar zijn eigen aard
Steeds uiteengaan, samenkomen
Nabij wordt ver en ver nabij
Alles vormt zich, vormt zich om, en
Ik hier: ik verwonder mij.
