“Als het graan gezien heeft waar het vandaan komt, mag het eraf”, zegt de boer lachend. Hier heeft hij wekenlang op gewacht. Na een aantal mooie zomerse dagen wil hij het zeker weten en breekt hij een van de neergebogen aren af. Hij wrijft deze stuk op zn hand en blaast het kaf weg tussen de korrels. Hij kauwt goedkeurend. De tarwe is rijp en droog genoeg om te oogsten.
Een heel ander tafereel zag ik eerder deze zomer toen de merels zich te goed deden aan de lijsterbessen achterin mijn tuin, nog voordat ze oranje kleurden. Vogels kunnen niet altijd wachten tot de bessen rijp genoeg zijn. Maar naarmate de zomer vordert valt er voor hen steeds meer te eten aan bomen en struiken: intussen kleuren de eerste vlierbessen donker en de spreeuwen hebben die al weer gevonden.
Juist in deze tijd van overvloed, zowel in de natuur als op de akkers willen boeren graag duidelijk maken wat voor mensen bestemd is en wat niet. Voor de fruitteler de tijd om zijn bomen met netten te beschermen tegen alles wat vliegt en er op uit is om als eerste het fruit te proeven. Elke fruitsoort heeft z’n eigen oogsttijd: de kersen verschijnen in juni, de pruimentijd is in augustus en de appels en peren komen begin september. Het jaarlijkse fruitcorso in de Betuwe is daar precies op afgestemd: iedereen mag dan weten dat de oogst geslaagd en overvloedig is.
Maar voor de akkerbouwer is het seizoen nog niet voorbij: na de graanoogst in augustus – eerst gerst en dan tarwe – komen in de loop van september de aardappelen aan de beurt: elke dag dat de knollen in de grond kunnen blijven groeien betekent een grotere oogst. Waar vogels hongerig zijn, is de boer erbij gebaat geduld te hebben.
Verschenen in Paradijsvogels Magazine van september 2015 (bewerking van Jonas, september 1995)

