“Zo’n tien jaar geleden zijn hier de laatste koeien weggegaan en zijn we volledig overgegaan op akkerbouw en zaadteelt.” Als Friese veeboer is Luutze van der Hoff in de jaren ’90 naar Frankrijk getrokken om hier met zijn vrouw Anja de Bruijn – opgeleid op Warmonderhof – biologisch te gaan boeren. Nu, bijna dertig jaar later, staat hun zoon Sébastien klaar om het bedrijf over te nemen.
Savigné-sous-le-Lude: in de licht glooiende Loire-streek richting Bretagne, ligt de boerderij L’Aunay-Lubin, ruim 100 ha groot. Rondom het bedrijf kleuren uitgestrekte vlaktes donkerrood van de bieten die hier voor het zaad worden geteeld. In de koude, natte meimaand wachten andere akkers nog om ingezaaid te worden. Wel komen de eerste zonnebloemplanten boven de grond. Op een paar pony’s na en wat rondscharrelende Marans-kippen, is er geen vee meer te bekennen.
“Eigenlijk was dat van het begin af aan de bedoeling”, legt Luutze uit (64, Ludovic noemen de Fransen hem): “We wilden hier een biologisch bedrijf beginnen, maar toch niet het hele jaar door 24/7 blijven werken. Dat is nu eenmaal wat een veebedrijf van je vraagt.”

Handwerk
Boerin Anja (62, hier Anya genoemd) is vandaag verantwoordelijk voor de inzet van een nieuw équipe Bulgaren in het bietenveld. “Tussen de rijen kun je goed schoffelen, maar in de rij beginnen hardnekkig boterbloemen en andere onkruiden de kop op te steken. Juist in de zaadteelt wil je dat niet hebben. En dat betekent handwerk, heel veel handwerk”, legt ze uit. De laatste jaren onderhouden ze daarom goede contacten met een wisselende groep Bulgaren: “Gelukkig willen ze hier wel een paar maanden blijven. Met dit natte voorjaar kunnen we dat goed gebruiken.”
Op de ernaast gelegen akker pakt zoon Sébastien (26) het wieden anders aan. Hij rijdt met GPS-gestuurd schoffeltuig achter de tractor om de grond zaaiklaar te maken voor de pompoenen. ”Nog niet…”, verbetert Anya: “… een vals zaaibed noemen we dat: we laten eerst zoveel mogelijk onkruidzaden kiemen, voordat we het echte zaaibed maken”.
Kwaliteit en productie
Sébastien heeft weinig met vee, hij leefde zich als kind vooral uit in de moestuin: “Ik kreeg al gauw mijn eigen tuintje, waarin mijn ouders mij altijd vrij lieten om mijn eigen dingen uit te proberen. Nu ik langzamerhand het bedrijf aan het overnemen ben is dat eigenlijk nog steeds zo.”
Opgegroeid op een biologisch bedrijf, was het voor hem niet altijd gemakkelijk op de hogere landbouwschool in het nabijgelegen Angers: “De meesten zien het gewoon als een andere manier van boeren, zoals er voor elke teelt nu eenmaal speciale regels gelden. Zo kijken onze buren er ook naar: ze zien toch dat het er netjes bij ligt en dan gaat het uiteindelijk om kwaliteit en productie.”
Dat gold ook voor de school: “Toen ik na de landbouwschool de masteropleiding deed, speelde dat nog minder: toen ging het om bedrijfsleiding en management en dat is voor een biologische boer niet zoveel anders.”

Biodiversiteit
Sébastien heeft een oude varkensstal omgebouwd tot kantoorruimte en zal binnenkort toetreden tot de maatschap van zijn ouders: “Door mijn opleiding merkte ik pas echt dat ik iets kon bijdragen aan dit bedrijf. Ik zag wel dat mijn vader de administratie deed en de rekeningen betaalde en dat was het dan. Maar ik zie nu dat er meer uit dit bedrijf te halen is.”
Zo heeft hij plannen om de extreme weersomstandigheden te lijf te gaan: “In zo’n nat voorjaar moet je het eigen drainagewater opslaan voor tijden van grote droogte.” Hij denkt ook voortdurend na over andere gewassen: “Na jaren experimenteren kunnen we nu het areaal kikkererwten uitbreiden, daarmee spreiden we het risico en spelen we in op de lokale biologische markt.”.
Met het vertrek van de koeien, verdween helaas ook de mest die de kringloop sluitend maakte. “Naast verschillende klavers en andere groenbemesters vangen we dat op met de mest van een bevriende veeboer in ruil voor het hooi dat hij van ons blijvend grasland haalt”.
Dat soortenrijke grasland met de omringende stukken bos blijkt de trots van het bedrijf. Als we door het hoog opschietend gras lopen wijst Sébastien me op een wespenorchis aan de rand bij een kabbelend beekje. “Voor mij is dit een maat voor de biodiversiteit van deze plek. Dat geldt ook voor het stuk bos aan de horizon: “Een paar hectares hout, noemen de Fransen dat: “Du bois”’, maar voor ons is het veel meer dan dat.”

De bio-réflex
We hebben inmiddels plaatsgenomen op een schaduwrijk plekje bij de boerderij, waar Anya een notenbrood presenteert van eigen walnoten. Al gauw komt de actievoerder in haar naar boven. Anya blijkt voorzitter van de GAB72, de vereniging van bioboeren in dit departement: Sarthe, met meer dan vierhonderd gecertificeerde bioboeren: “Vanaf 2015 is dat snel gegaan hier. We zitten nu op zo’n zes procent van het areaal. In de rest van de Loirestreek gaat dat al naar twintig procent.”
Dit voorjaar nog liep Anya te demonstreren in Straatsburg bij het Europees Parlement tegen de toenemende verspreiding van genetisch gemanipuleerde zaden: “Nu kunnen we nog kiezen!” Sébastien valt zijn moeder bij: “Ja, voor je het weet ligt het op ons bord!”. Hij vindt zichzelf minder strijdlustig dan zijn moeder, maar knikt instemmend als zij haar hart laat spreken: “Waar we naar toe moeten is een vanzelfsprekendheid bij de consument om voor biologisch te kiezen: Le bio réflexe!”
Verschenen in Ekoland van september 2024
