Levende bodem centraal op symposium Down2Earth

‘Landbouw is de meest destructieve industrie van deze planeet’. Dat zegt Herman Wijffels tijdens het Down2Earth-symposium in Wageningen op 4 december 2015. Het is niet alleen confronterend, maar ook pijnlijk opbouwend. Een betere bodem begint namelijk bij jezelf. Pieter Geluk beschrijft zijn impressie.

“We zullen het zelf moeten doen…”, verzucht een van de deelnemers aan het inspirerende symposium. Toch beluister ik geen berusting. Het klinkt eerder als een overtuiging: wij als consumenten zijn werkelijk in staat om een duurzame vorm van landbouw te realiseren, die bijdraagt aan een vruchtbare bodem. Het publiek weet zich daarbij gesterkt door de slotwoorden van Down2Earth-voorzitter Jan Diek van Mansvelt: “… iedere hap die we eten is een keuze voor of tegen een levende bodem!”

Best irritant om zo rechtstreeks op ons eetgedrag te worden aangesproken. Toch blijken de ruim honderd aanwezigen hier steeds meer van doordrongen, naarmate de symposiumdag vordert. Het moet niet alleen anders, het kan ook anders: “Loskomen van het lineaire denken”, noemt inleider Herman Wijffels deze verandering, als hij pleit voor een circulaire economie. Daarbij pakt hij stevig uit door de landbouw te degraderen tot “de meest destructieve industrie van deze planeet”. Na afloop van het symposium oordeelt Wijffels milder: “… in Wageningen lijkt er toch iets verschoven te zijn, nu alle bodemdeskundigheid daar bij elkaar is gekomen.” Hij doelt op het Centrum voor Bodemecologie waarin de levende bodem centraal staat als onderzoeksgebied. Dagvoorzitter Louise Vet, zelf directeur van het NIOO-onderzoeksinstituut – heeft er deze dag vaak op gewezen. Volgens haar is er een nieuwe generatie landbouwwetenschappers ontstaan, “… voor wie de oude tweedeling tussen een industriële landbouw en een – destijds alternatief genoemde – biologische landbouw, niet meer bestaat.”

Welkom door Louise Vet

Historicus Joost Visser relativeert dit: “ We moeten de geschiedenis ook weer niet ontkennen. Het oude, lineaire denken werkt nog steeds door in de overheersende rol van industrie en overheid in de landbouw.” Hij pleit er dan ook voor om de boer en de bodem opnieuw centraal te stellen in de landbouw. In zijn voordracht laat hij zien hoe aan het begin van de vorige eeuw de opvattingen over plantenvoeding zijn veranderd. De toen aanwezige kennis over uitwisseling van complexe organische verbindingen tussen wortel en levende bodem, is ter zijde geschoven door het concept dat planten uitsluitend minerale voeding tot zich nemen: “De elementen zijn met name door de kunstmestindustrie tot nutriënten benoemd.” Kennis over uitwisseling van complexe organische verbindingen tussen wortel en levende bodem, is ter zijde geschoven door het concept dat planten uitsluitend minerale voeding tot zich nemen.

De gevolgen van deze gewijzigde opvatting maakt landbouwwetenschapper Anton Nigten duidelijk door te wijzen op de inmiddels ontstane onbalans in onze voedingsgewassen. De door hem onthulde feiten onderstrepen waarom hij evenals Visser in het symposiumprogramma als klokkenluider is aangekondigd. Nigten wijst op een systematisch overschot in onze voeding van met name kalium en stikstof (in de vorm van ammoniak en nitraat). Verwerking in de voedingsmiddelenindustrie vergroot deze onbalans nog verder: “Met name raffinage en verhitting verarmen het voedsel in sterke mate. De ingrepen van de minerale landbouw en van de voedingsmiddelenindustrie hebben geleid tot een  absoluut tekort aan magnesium en sporenelementen.”

Gepubliceerd bij Foodlog en Biojournaal in december 2015, Foto’s: Dirk Hart