Nederlandse pioniers in Italië

In de jaren tachtig hier opgeleid als bio-boer en vervolgens zonder enig startkapitaal in Italië begonnen. Simon van Hilten (64) en Wim Brus (74) kunnen zich pioniers noemen van de biologische landbouw in Italië. Een succesvol Ik-Vertrek-scenario.

“Het is eigenlijk niet te doen…”, stelt Simon vast na meer dan veertig jaar hard werken: ”… om hier uit het niets een bedrijf te beginnen”. Wim is het daar mee eens: “We zijn begonnen met stenen rapen op het omgeploegde land, hooien en meehelpen in de graanoogst.” Door het slechte voorjaar hebben de boeren gelegenheid om mij in alle rust te woord te staan: “…de planten zitten er net op tijd in!” Op zeshonderd meter hoogte in de Apennijnen heet Wim ons welkom in zijn gerieflijk gerestaureerde woning: “Een herder  gebruikte dit ooit als schaapskooi…”. Nu brandt er de houtkachel: “Dat is uitzonderlijk voor eind mei…”.

Terug bij de natuur

Simon op het kantoor van Ca’ dei Fiori

Simon begint graag bij het begin van hun avontuur. “Grond te huur in Italië”, stond op het briefje dat hij begin jaren tachtig aantrof op het prikbord van de Warmonderhof – toen nog bij Tiel – aan het einde van zijn opleiding daar. Samen met zijn vriendin Henriette besloten ze er werk van te maken en dat hebben ze geweten. Grond was er, maar nog geen onderdak. Ze pakten alles aan om hier te overleven.

Nu zijn ze trots op “Ca’ dei Fiori” (Het huis van de bloemen), het letterlijk bloeiende kruidenbedrijf dat ze hebben opgebouwd: “We zijn begonnen met wildpluk van vrouwenmantel, frambozenblad en Sint Janskruid voor de Nederlandse markt. Maar in de jaren negentig ontstond ook in Italië een groeiende vraag naar biologische thee en kruiden.” Simon ging in een maatschap met twee Italiaanse compagnons. De zaak groeide in een paar jaar uit tot een groothandel in kruiden en zaden met een netwerk in half Europa. Dat betekende wel dat Simon steeds meer uren op kantoor en steeds minder op het land doorbracht. “Toen ik dat – nu twintig jaar geleden – besefte, hebben we de kruidensector overgedaan aan een groter bedrijf en ben ik doorgegaan met de biologische zaden. Terug bij mezelf en de natuur. “

Zo is hij de landbouw trouw gebleven en verdeelt hij zijn tijd tussen tuin en kantoor, maar altijd in zijn groene werkoveral. De meeste administratie, het inpakken en verzenden laat hij over aan zijn medewerkers. Maar vanuit het kantoor dwaalt zijn blik al weer over de bloeiende irisvelden: “Weleda verwerkt de iriswortels tot een huidverzorgingsproduct.” Ook het eindpunt van de productieketen laat Simon me graag zien. Het indrukwekkende magazijn is de plek waar hij veertig jaar geleden de boer hielp het hooi naar boven te werken. Die hooizolder herken ik niet meer. Het is een overzichtelijke samenvatting van zijn werk: een assortiment van zo’n 150 soorten kruiden afkomstig van verschillende bedrijven, die van hieruit verspreid worden naar een paar honderd natuurvoedingswinkels in heel Italië. Daarnaast levert hij aan farmaceutische bedrijven die zijn producten verwerken.

Zelfvoorzienend

Wim en Simon op La Torre

Wim teelt ook wel kruiden, maar levert vooral biologische zaden aan Bingenheimer Saatgut in Duitsland. Zijn Italiaanse avontuur begon iets later in de jaren tachtig, toen hij op de fiets uit Nederland kwam en kon meewerken op het bedrijf van Simon. “Wat mij hier aansprak was dat de mensen nog grotendeels zelfvoorzienend waren. Eigen tomatenpuree, een veldje mais voor de polenta en brood bakken was hier heel gewoon en dat doe ik ook nog steeds.”

In Nijmegen heeft hij ooit een sociologie-studie afgerond: “… met een onderzoek naar het verdwijnen van de brede maatschappelijke functie van de landbouw door het streven naar een zo goedkoop mogelijk product. Dat is nu actueler dan ooit!” Na zijn studie heeft Wim vier jaar gewerkt op tuinbouwbedrijf De vier Jaargetijden in Zuid-Holland en de opleiding gevolgd op de Kraaybeekerhof in Driebergen. Voldoende achtergrond om bij Simon aan de slag te gaan en een paar jaar later voor zichzelf te beginnen, iets verder het dal in. Nu is hij zaadteler van biodynamisch zaadgoed. Hij leidt me rond over zijn amper anderhalve hectare met intensieve zaadteelt. Met de omliggende bossen erbij omvat zijn bedrijf “La Torre” (De toren), meer dan twintig hectare, waarvan een groot deel niet geschikt is om te bewerken: “… te steil of teveel stenen…”.

Net voor de regen is de knolvenkel geplant. De prei – de trots van de tuin – begint al door te schieten en dat is de bedoeling: het gaat om de zaden. Ook de muizenoor – zichtbaar verwant aan de paardenbloem – staat in bloei: “Dit is mijn belangrijkste medicinale kruidenteelt, bekend om de vocht afdrijvende werking.” De rest van de tuin is bedekt met klaver en andere vlinderbloemigen voor de vruchtwisseling.

Over opvolging van zijn bedrijf wil Wim liever niet teveel nadenken, maar nu ik er op de valreep naar vraag, maakt hij zich daar wel zorgen over. “Binnenkort moet ik een operatie ondergaan en dan komt die vraag wel bij me op, ja. Er zijn genoeg jonge mensen in Italië die in de land- en tuinbouw willen werken, maar je hebt geen enkele garantie op welke manier ze dat doen.” Bij Simon speelt die vraag ook, maar hij heeft nog stille hoop op zijn twee  zonen waarvan Valentin (24) fytotherapie studeert aan de universiteit van Bologna : “… dat komt al een beetje in de richting, ja. Maar die keuze is aan hen. Zij volgen hun eigen droom.”