Vier oktober dierendag, tijd voor verwennerij. Maar waarmee maakt u een dier nu echt gelukkig? De kunst van het omgaan met dieren gaat soms meer over zelfopvoeding dan over het onder controle krijgen van je trouwe viervoeter…
Een week na mijn eerste grondige ervaring met paardrijden, voel ik m’n kuiten nog steeds. Een evenwichtsoefening van afwisselend staan en zitten, met je voeten in de stijgbeugels van een dravend paard: ga er maar aan staan! Zodra ik het zadel aanraak gooit het dier me weer omhoog. Slecht voor m’n rug en die van het paard erbij. Het lijkt zo eenvoudig. De ervaren ruiters voor mij bewegen zo soepel mee met elke stap van het paard dat ze rustig in het zadel kunnen blijven zitten. Naarmate ik me leer aan te passen aan het ritme van het paard, doet het dier steeds meer wat ik van haar wil. Na de draf geef ik haar een schouderkopje als beloning.
Juist in draf komt het er op aan. Het paard moet goed voelen wie de baas is. Anders draaft het paard er met de ruiter vandoor, of erger: zonder ruiter. Mijn jarenlange ervaring als hondenbezitter komt mij hier van pas: duidelijk zijn en consequent, daar hebben dieren wat aan. Al jarenlang probeer ik zo van mijn eigenwijze Jack Russell een gezellig hondje te maken. Toch moet ik hem nog regelmatig laten weten dat hij niet zo hard moet trekken aan de riem en braaf moet volgen. Eigenlijk is mijn paardrijles ’s morgens vroeg al begonnen toen ik het paard heb opgehaald in de wei. Het wil een andere kant op of het wil stoppen om gras te eten. Later, rijdend door de bossen probeert ze dat opnieuw, dan weet ik het: teugels kort en aansporen! En dat consequent volhouden.
Omgaan met dieren als paarden en honden is meer zelfopvoeding dan een oefening om je dier onder controle te krijgen: het dier wil weten wat jij wil. Liever dan verwennerij op dierendag, geef je het een dagelijkse portie duidelijkheid.
Verschenen in Paradijsvogels Magazine van oktober 2015.
